Prutswerk
Zo noem ik het soms. Mezelf relativerend. Prutswerk. In de zin van: miniscuul peuteren. Hier een stukske af, daar een stukske anders. Tot op het laatst.
Ik heb het over preekschrijven. Een doorsnee protestantse preek duurt 15 à 20 minuten. Maar het voorbereidend werk neemt uren. Ik spreid die over weken. Dag en nacht. In verschillende fases. En al doende voelt het telkens als het maken van een beeldhouwwerk.
Je krijgt ruw materiaal. Een bijbelfragment. Vaak onder dikke lagen stof van kleinmenselijke eigenbelangen, dogmatische interpretatie, moraliserende traditie, oubollige verfraaiing. Die haal ik er zonder pardon zoveel mogelijk af. Dat is al een klus waar je je handen aan kunt openhalen.
Dan heb je een ongedefinieerd blok voor je. Eerbiedwaardig oud. Je voelt de nerven en vermoedt daaronder ergens een kloppend hart van generaties inspiratie, oermenselijke thema's, maar je komt ook hardnekkige knoesten en venijnige splinters van dwarsigheid tegen. Je bekijkt het van dichtbij, doet een stap terug, speurt door de mist van de geschiedenis naar de oude context, knijpt je ogen tot spleetjes, gebruikt je verbeelding, komt weer dichterbij, legt je handen erop, zoekt naar resonantie, naar leven in dat blok en in jezelf. En je zet je eraan. De contouren. Je moet er iets in zien. Maar al prutsend ontstaat het. Door uit te puren, op te wrijven. Een beeld. Herkenbaarheid.
Maar met die grote lijnen ben je er nog niet. Minstens evenveel werk zit in de finesse. Woorden moeten altijd worden bijgeschaafd. Details maken het geheel. Van grof naar altijd fijner. Je voelt nog 's, laat het een klankbord worden van jezelf en van mensen aan wie je denkt. Dat vergt zuiverheid. Stilte. Voelen. Afstand. Nabijheid.
Tot op het laatste is het niet af. Preken is prutswerk. Het predikambt is ambachtelijk.
En dan de zondag. Hopen dat wie er ook maar komt, er iets mee kan. Week na week. Preek na preek. Studeerkamer als atelier. Boeken en ervaringen als werkinstrumenten achter de hand. Maar wat zou het allemaal zijn zonder dat leven dat wil resoneren.
Ds. Petra Schipper
Foto: Andrew Heald, Unsplash